
Toen ik pas met het Hoeksche Waard Magazine begon, schreef ik in één van mijn eerste columns dat ik een heel fanatieke fan had ontmoet. Een oude heer, die mij verzekerde dat hij de komende tijd veel reclame zou maken voor het tijdschrift. Hoe gaat u dat dan doen, vroeg ik hem. ‘Nou gewoon de meest gemakkelijke weg daarvoor is ‘mond op mond reclame’. Ik, toen nog zeker vijf jaar jonger, giechelde meisjeachtig, temeer daar er direct door mijn hoofd schoot: ‘Tja, ja, hij is wel oud, maar nog niet aan het demonteren.’
Later ben ik dit verhaspelde gezegde, dat van de mond op mond reclame, nog menigmaal tegengekomen in kranten en tijdschriften. Ontschoten aan het kritisch oog van de corrector, als die gezien de vele fouten in de kranten tenminste nog bestaan.
Ik kan wel zeggen dat ik met het verhaspelen van uitdrukkingen groot ben geworden. Sterker nog, dat ik er op school door de onderwijzer nog weleens op aangesproken ben. Mijn vader zat er namelijk (moedwillig) vol mee. Als kind wist je dan uiteindelijk niet meer wat nu goed was of fout. ‘Alsof er een engeltje over je tong piest’ werd bij mijn vader al gauw ‘Alsof er een engeltje over je tong fietst’. Om dat het woord pies in kinderogen al gauw een vies woord lijkt en je dat derhalve niet in de klas wilde gebruiken, koos ik dan voor het woordje ‘fietst’. Nog zo één van mijn vader: je hebt mensen en potloden, daar achteraan verzon hij dan nog ‘met en zonder punt’.
Verhaspelingen hebben wel wat en zijn vaak heel komisch. Ze hebben trouwens ook nog een geweldige interessante, niet al te gemakkelijk te onthouden benaming namelijk: malapropisme. Mrs. Malaprop was een personage in The rivals (1775), een toneelstuk van Richard Brinsley Sheridan. Ze doorspekte haar taal met veel deftige woorden, die dan steevast verkeerd gekozen en verhaspeld waren, tot vermaak van het doorgaans geschoold publiek. De naam van het personage was door de auteur gefabriceerd naar het Franse mal à propos, hetgeen ‘net verkeerd’ betekent. Wij Nederlanders hebben voor de verhaspelingen een veel gemakkelijker woord namelijk ‘domheidsfouten’. Hoewel, het zijn zeker niet altijd domoren die verkeerde woorden in de uitdrukkingen gebruiken. Het komt in alle lage van de bevolking voor. Politici, journalisten, voetbaltrainers bekende BN-ers, en uiteraard wijzelf, want voor je het weet, zeker wanneer je een microfoon onder de neus geduwd krijgt, floept er een aardige verhaspeling uit. Krijg je ze als redacteur op je bureau op papier of tegenwoordig als computerdocument dan zijn het vaak echte instinkers, je leest er namelijk zo overheen. ‘Tegenwoordig zijn de mensen erg vlot met het tatoeëren van elkaar’. Of ‘hij was nu eenmaal tegen kunstmatige insinuatie’. Nog een leuke: ‘De veroordeelde ging in castratie’. Laatst hoorde ik iemand zeggen: Hij spreekt slecht Engels, maar vloeibaar Frans.’ Tijdens één van die lullige televisieprogramma’s waarin mensen elkaar voor de camera bijna de koppen inslaan, viel te vernemen: ‘Ik heb het helemaal met hem gehad, hij kan echt in z’n eigen sop klaarkomen!’
Noem verhaspelingen maar kleine kortsluitingen in je bovenkamer. Tijdens het uit de doeken doen van een verhaal, al dan niet opwindend, wil de verteller zoveel mogelijk duidelijkheid scheppen en zoekt dan naar uitdrukkingen omdat te onderstrepen. Vaak wordt er dan naar uitdrukkingen gegrepen, die wat de betekenis betreft wel wat van elkaar weg hebben. Soms worden woorden in een zin op een andere plaats neergezet. Dan krijg je bijvoorbeeld zo’n zin als van Gerard Joling: ‘Je hoeft geen eikel te zijn om aan een boom te hangen.’ Klinkt in eerste instantie goed, maar hij bedoelde te zeggen: je hoeft niet aan een boom te hangen om een eikel te zijn. Het bekende voetbalorakel Johan Cruijff heeft ze in voorraad: ‘Hij heeft de klok al horen bellen, maar weet niet hoe laat het is.’ Er zijn van die verhaspelingen die zelfs een eigen leven zijn gaan leiden. Neem: Dat klopt als een bus. Je komt dit gewoon in het woordenboek tegen, maar eigenlijk gaat het hier om twee uitdrukkingen die beiden niet echt fout zijn. Het klopt als een zwerende vinger en sluit als een bus. In een tijdschrift las ik dat iemand zich voor deze fout verexcuseerde, prima natuurlijk, maar ook hier weer een verhaspeling. Het is verontschuldigen of excuseren.
Ha, ha bij zo’n zin ruik je als redacteur gewoon nattigheid. Sommige dingen in de taal kunnen nu eenmaal niet door de haak. Wanneer iemand dan ook nog van de hak naar de tak wordt gestuurd, nou pak dan je borst maar vast, want je komt al gauw in een visuele cirkel! Wordt het allemaal te erg dan moeten we tijdens een redactievergadering gewoon spijkers in koppen slaan. Eenmaal alles weer op de rit dan kraait er geen hond meer naar.
Nieuwsgierig naar de boeken die wij uitgeven? Kijk dan ook eens op
www.marja-visscher.blogspot.com